|
1898
Op 9
juli om half vier 's middags wordt Jacob Lodewijk Gerard Walschap
geboren te Londerzeel als tweede kind van de herbergier Florent Jozef
Walschap, veertig jaar oud, en diens vrouw, de winkelierster Anna Maria
Peeters, vijfentwintig jaar oud. Er volgen nog zeven kinderen.
1910
Na vijf
jaar lager onderwijs in de gemeenteschool gaat hij in april naar het
Klein Seminarie te Hoogstraten voor het voortgezet onderwijs.
1911
In september trekt hij naar het Onze-Lieve-Vrouwcollege van Boom, waar hij inwoont bij particulieren.
1912
September:
naar het college van de Missionarissen van het Heilig Hart te Asse,
waar hij de Grieks-Latijnse humaniora volgt. In 1917 voltooit hij deze
cyclus.
1917
Augustus:
naar het Scholasticaat van de Missionarissen van het Heilig Hart te
Heverlee, waar hij twee jaar filosofie en een jaar theologie studeert.
1921
In december krijgt hij, op eigen verzoek, ontslag van geloften en keert hij terug naar Londerzeel.
1922
Zijn debuut verschijnt, de dichtbundel Liederen van Leed.
1923
Schrijft in samenwerking met Frans Delbeke de toneelstukken Wrakken, Lente, Dies Irae en Flirt.
1924
Wordt adjunct-secretaris van het letterkundig tijdschrift Dietsche Warande & Belfort. Huurt een kamer in Antwerpen aan de Lijnwaadmarkt nr 7.
1925
Publiceert zijn tweede en laatste dichtbundel De Loutering.
4
juli: trouwt te Maaseik, na een briefwisseling van twee jaar, die ruim
450 brieven omvat, met de dichteres ‘Ninette' Theunissen (1901-1979).
Zij vestigen zich aan de Nerviërsstraat nr.31 te Antwerpen.
1926
April: geboorte van zoon Hugo.
1927
September: geboorte van zoon Guido.
1928
Opvoering te Antwerpen van zijn eerste alleen onder eigen naam geschreven toneelstuk Maskaroen. Richt samen met pater Emiel Valvekens het weekblad Hooger Leven op.
Debuteert als romanschrijver met Waldo.
1929
Publiceert Adelaïde.
De roman roept onverwacht heftige reacties op. De katholieke clerus
organiseert een ware hetze tegen Walschap. Het gezin verhuist naar de
Lemméstraat nr. 12 te Antwerpen. Tot 1939 zomervakanties met het gezin
aan de kust te Wenduine, waar de meeste romans uit die periode
geschreven zijn.
1930
Krijgt voor Adelaïde,
ondanks alle protest, de August Beernaertprijs van de Koninklijke
Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de Prijs voor
Letterkunde van de Provincie Antwerpen.
Publiceert de verhalenbundels Volk en De dood in het dorp.
Mei: geboorte van zoon Lieven.
1931
Publiceert de roman Eric, waarvoor hij de Eeuwfeestprijs krijgt.
Publiceert het antimilitaristisch essay Nooit meer oorlog.
1932
Noemt zich voor het eerst in zijn brieven uitgesproken niet meer gelovend.
In maart:overlijdt zijn vader.
December: geboorte van dochter Carla.
1933
De romans Carla en Trouwen verschijnen. Krijgt voor Trouwen de Prijs van de Provincie Brabant.
1934
De roman Celibaat verschijnt. Vormt samen met Maurice Roelants, Marnix Gijsen en Raymond Herreman de Vlaamse redactie van het tijdschrift Forum. Maakt een lange studiereis door Italië.
1935
De vierde koning verschijnt. Walschap wordt gekozen tot buitenlands lid van de Maatschappij voor Letterkunde te Leiden.
1936
De roman Een mens van goede wil verschijnt. Krijgt de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de roman voor Trouwen. Wordt voorgedragen als briefwisselend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
1937
Zijn toneelstuk De Spaanse gebroeders
gaat in première in Antwerpen. Schrijft verscheidene luisterspelen voor
het NIR en houdt vele lezingen in Nederland en Vlaanderen.
1938
De roman Sybille
verschijnt. Wordt verkozen tot briefwisselend lid van de Koninklijke
Vlaamse Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. September:
geboorte van zoon Bruno. Oktober: overlijden van zijn moeder. November
overlijden van zijn broer Alfons. Prijs voor Letterkunde van de
provincie Antwerpen voor De vierde koning. Als gevolg van de publicatie van Sybille, met zware geloofstwijfels als thema, wordt Walschap verzocht ontslag te nemen als redacteur van het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort.
1939
De romans Het kind en De familie Roothooft en Houtekiet
verschijnen. Walschap wordt verkozen tot werkend lid van de Koninklijke
Vlaamse Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Wordt Ridder in
de Leopoldsorde.
1940
Publicatie van de roman Bejegening van Christus. Keert met het essay Vaarwel dan de katholieke kerk definitief de rug toe. Wordt aangesteld als inspecteur van Openbare Bibliotheken.
1941
De wereld van Soo Moereman en het kinderboek Zotje Petotje verschijnen.
1942
Publicatie van de roman Denise en het kinderverhaal Gansje Kwak.
1943
De romans De consul en Tor worden gepubliceerd. Ook Genezing door aspirine,
dat door Willem Elsschot in het Frans wordt vertaald. Die vertaling
moet grondig worden herzien door Paul de Man. Publiceert ook het
literair essay Voorpostgevechten.
1944
Na de
bevrijding volgt de automatische schorsing zonder wedde als inspecteur
van Openbare Bibliotheken omdat de aanstelling tijdens de bezetting
gebeurde.
1945
Publiceert De goede smokkelaar en het kinderverhaal Wing en Wong. Wordt
door de onderzoekscommissie van het ministerie van Openbaar Onderwijs,
door de ereraad van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Nederlandse
Taal- en Letterkunde en door de Vereniging van Vlaamse Letterkunigen
van elke blaam gezuiverd. Wordt opnieuw benoemd als inspecteur van
Openbare Bibliotheken.
1946
De roman Ons geluk en het essay De pacificatiepartij worden gepubliceerd.
1947
Publicatie van het essay Beeld van een humanist.
1948
De roman Zwart en wit verschijnt en lokt vooral in Nederland veel negatieve reacties uit.
1949
Publiceert in De Vlaamse Gids fragmenten van de onvoltooid gebleven roman Metten Maarten.
1950
Verschijnen van Moeder,
geschreven in 1943, tijdens de oorlog, maar toen verboden door de
Duitse censuur. Wordt ondervoorzitter van de Koninklijke Academie voor
Nederlandse Taal-en Letterkunde.
1951
Publiceert de roman Zuster Virgilia
, een ingetogen verhaal over een kloosterzuster, dat bij lezers en
critici verwondering wekt en vragen doet rijzen. De katholieken zien er
een mogelijke terugkeer naar het geloof in, de vrijzinnigen vragen zich
af waar Walschap nu eigenlijk staat. De roman verschijnt ook in het
Duits. Walschap maakt een reis van drie maanden door de Belgische
kolonie Congo en begint aan zijn roman Oproer in Congo. Wordt voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
1952
Herschrijft de roman Manneke Maan, waarvan eerder fragmenten in tijdschriften verschenen in 1935 en 1949.
1953
Publiceert de roman Oproer in Congo, de novellenbundel Het kleine meisje en ik, het verhaal De graaf en het poppenspel Janneman en de Heks. Zijn hoorspel De revolver wordt uitgezonden.
1954
Publiceert de roman Manneke maan,
een reactie tegen fascisme en een pleidooi voor de vrije
persoonlijkheid en verdraagzaamheid. Ontvangt de Driejaarlijkse
Staatsprijs voor koloniale letterkunde en de prijs van het Koninklijk
Belgisch Instituut voor zijn roman Oproer in Congo. Ontvangt de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de roman voor Zuster Virgilia. Wordt benoemd tot Commandeur in de Kroonorde.
1955
Publiceert het geruchtmakend essay Salut en merci, een pleidooi voor welbegrepen humanisme. Het jeugdverhaal Janneke en Mieke in de oorlog verschijnt. Publiceert de roman De Française. Schrijft een aflevering voor de populaire tv-serie Schipper naast Mathilde.Zijn poppenspel Faust wordt opgevoerd in Antwerpen.
1958
Publiceert de roman De verloren zoon. Zijn drie televisiespelen De kermis van Potosi, Om Godelieve en De Van Gogh worden uitgezonden.
1959
Publiceert de monografie August Van Cauwelaert in de reeks Monografieën over Vlaamse Letterkunde. Reist op uitnodiging van de Vereniging België-China vier weken door China.
1960
Zijn lijvige avonturenroman De ongelooflijke avonturen van Tilman Armenaas verschijnt, door hem zelf geïllustreerd onder de naam van Jacques de Walloncapelle.
1961
Publiceert de roman Nieuw Deps. Zijn televisiespel De wolf wordt uitgezonden. Benoemd tot Grootofficier in de Kroonorde.
1962
Zijn televisieschets Incognito,
naar een verhaal van Anton Tsjechov, wordt uitgezonden. De Bestendige
Deputatie bekroont Walschap met de Interprovinciale Prijs voor zijn
gezamenlijk oeuvre.
1963
Gaat
met pensioen als inspecteur van Openbare Bibliotheken. Ontvangt de
Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies. Publiceert een lijvig
essay Muziek voor twee stemmen, waarin hij het verschil tussen de wetenschap, de vrijzinnigheid en de katholieke kerk scherpstelt. Zijn radioschets Een moeder, naar de gelijknamige novelle van Anton Tsjechov, wordt door de B.R.T. uitgezonden.
1964
Zijn roman Alter Ego verschijnt.
1965
Ontvangt de Vijfjaarlijkse Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan.
1966
Publiceert de roman Het gastmaal, opgevat als een ‘nouveau roman', een genre waar hij niet hoog mee oploopt, al wil hij tonen dat hij ook dat genre aankan. Publiceert het ‘wonderverhaal' De kaartridder van Heppeneert en de monografie Julien Kuypers. Wordt Grootofficier in de Leopoldsorde. Wordt erelid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.
1967
Publiceert het essay De kunstenaar en zijn volk, als hulde aan Ernest Claes, die tachtig jaar wordt. Het stadspoppentheater van Mechelen voert zijn poppenspel Faust op. Wordt door de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen voorgedragen als kandidaat voor de Nobelprijs.
1968
De roman Het avondmaal
verschijnt. Wordt door de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen
nogmaals voorgedragen als kandidaat voor de Nobelprijs. Krijgt de Prijs
der Nederlandse Letteren, de hoogste literaire prijs in Nederland en
Vlaanderen.
1969
Publiceert het essay Het poppenspel in de kunst. Wordt bestuurder van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Publiceert de polemische satire De culturele repressie.
Wordt door de Koninklijke Vlaamse Academie voor Nederlandse Taal- en
Letterkunde en de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen voorgedragen
als kandidaat voor de Nobelprijs.
1970
Biedt
zijn ontslag aan als werkend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie
voor Nederlandse Taal- en Letterkunde om de noodzakelijke verjonging
van het corps in de hand te werken en wordt tot erelid benoemd. Wordt
weer door de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen voorgedragen als
kandidaat voor de Nobelprijs.
1971
Het
PEN-centrum Vlaanderen, de Koninklijke Vlaamse Academie voor
Nederlandse Taal- en Letterkunde en de Vereniging van Vlaamse
Letterkundigen dragen andermaal, elk afzonderlijk, Walschap voor als
kandidaat voor de Nobelprijs.
1972
Huldiging
in zijn geboortedorp Londerzeel met onthulling van een borstbeeld door
Leopold Van Esbroeck. De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en
Letterkunde draagt hem weer voor als kandidaat voor de Nobelprijs.
1973
Publiceert het kinderboek De olifant die struikrover werd.
1974
Televisieverfilming van Een mens van goede wil.
De serie wordt ook in Engeland uitgezonden. Wordt andermaal door de
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voorgedragen
als kandidaat voor de Nobelprijs.
1975
Publiceert de roman Het Oramproject.
1976
Wordt
door koning Boudewijn in de erfelijke adelstand verheven met de
persoonlijke titel van baron. Hij wordt nogmaals voorgedragen als
kandidaat voor de Nobelprijs.door de Koninklijke Academie en de
Vereniging van Vlaamse Letterkundigen.
1977
De Vlaamse Gids publiceert een Walschapnummer.
1978
Zijn
80ste verjaardag wordt officieel gevierd op het kasteel van Ham, waar
hij het Grootkruis in de Orde van Leopold II krijgt opgespeld door de
minister van Cultuur. Hij krijgt tevens de erepenning van de
Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap.
1979
Publiceert de roman De heilige Jan Mus.
Op 25 april overlijdt zijn vrouw Ninette Walschap-Theunissen ingevolge
een hartstilstand in hun appartement aan de Mechelsesteenweg nr. 243 te
Antwerpen.
1980
Het Mechels Miniatuurtheater brengt een bewerking van de roman Zwart en wit.
1981
Wordt lid van de Académie Européenne des Sciences, des Arts et des Lettres. De BRT zendt de novelle De consul uit, in een televisiebewerking van Libera Carlier.
1982
Wordt ereburger van zijn geboortedorp Londerzeel.
1983
Publiceert het kinderboek Vertelsel van de acht broers.
1984
Brengt veertien dagen in Praag door, waar zijn oudste zoon Hugo ambassadeur is.
1985
Viert met zijn kinderen zijn zevenentachtigste verjaardag in Praag en reist nadien met hen drie weken door Tsjecho-Slowakije.
1986
De NOS laat een televisieportret maken van hem door Jef Rademakers, in de reeks Markant. Het Album Gerard Walschap
wordt uitgegeven door Manteau. Wordt op de Boekenbeurs verkozen tot
‘schoonste auteur boven de 70‘. (Johan Anthierens laureaat ‘boven de
40' en Tom Lanoye jonger dan 30‘)
1987
De
Vrije Universiteit Brussel kent hem een eredoctoraat toe ‘voor zijn
letterkundig oeuvre en voor zijn beginselvaste vrijzinnige
levenshouding'. Dezelfde dag publiceert zijn biograaf Jos Borré zijn
kleine monografie Gerard Walschap.
1988
Hij reist naar Stockholm waar zijn zoon Hugo ambassadeur is. Het eerste deel van zijn Verzameld Werk verschijnt bij Manteau, ingeleid door Jos Borré.
1989
Publiceert zijn laatste roman Autobiografie van mijn vader. In oktober verschijnt het tweede deel van zijn Verzameld werk,
ingeleid door Anne Marie Musschoot. Walschap krijgt het niet meer in
handen: hij overlijdt op 25 oktober rond 1 uur 's nachts in zijn
appartement te Antwerpen in het bijzijn van zijn zoon en arts Guido.
|