|
Jos Borré
Het lag in de lijn van de
verwachtingen dat Gerard Walschap als de pientere knaap van ouders die
het zelf niet breed hadden (vader hield een café annex winkel in de
schaduw van de kerktoren van Londerzeel Sint-Jozef) geestelijke zou
worden, een voor de familie eervol vertegenwoordiger en voortzetter van
de christelijke traditie waarin het gezin volledig opging. Gerard
Walschap werd inderdaad een kind van zijn tijd, maar dan wel helemaal
anders dan voorzien.
Als later de jonge auteur trots een van zijn eerste boeken (de
verhalenbundel Volk) naar zijn vader opstuurt, samen met een brochure
van Oberammergau, waar hij met een gezelschap naartoe geweest is,
krijgt hij als repliek op een kaartje: ‘Beminde zoon, uw twee boeken
heb ik goed ontvangen. Dat van Oberammergau is heel schoon. Vader'. En
als hij nog later vanuit Antwerpen schandaal schopt met zijn boeken,
houden broer en zussen ze uit de handen van hun vader. Ook zijn moeder
heeft hij moeten beloven ‘nooit een slecht boek te schrijven'. Heel
zijn leven is Walschap in
conflict getreden met gezag dat hij niet
gegrondvest achtte, maar het meest voor de hand liggende eerste
gezagsconflict, de confrontatie met zijn vader, is hij altijd met een
klein hart uit de weg gegaan.
Download hier de volledige versie van de Uitgebreide biografie van Gerard Walschap (PDF)
|